Museum Voorlinden behoort sinds de opening in 2016 tot de meest toonaangevende musea voor hedendaagse kunst in Europa. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan wordt dit najaar een bijzonder nieuw hoofdstuk toegevoegd: voor het eerst verlaat Boy, de wereldberoemde sculptuur van Ron Mueck, zijn vaste thuis in ARoS Aarhus Art Museum om tijdelijk in Voorlinden te worden getoond. Tegelijkertijd reist Couple under an umbrella vanuit Wassenaar naar Aarhus: een bijzondere uitwisseling tussen twee musea die een gedeelde visie hebben op hedendaagse kunst.
BB Capital maakt deze uitwisseling mede mogelijk. In de aanloop naar de komst van Boy spreken wij met de mensen achter dit bijzondere verhaal. Als eerste: een gesprek tussen Susan van Koeveringe en Joop van Caldenborgh, ondernemer, kunstverzamelaar en oprichter van Museum Voorlinden. Over de ontwikkeling van Voorlinden, zijn passie voor kunst en waarom onafhankelijkheid, langetermijnvisie en de bereidheid om iets blijvends op te bouwen de basis vormen voor zowel een onderneming als een museum.
Museum Voorlinden bestaat dit jaar tien jaar. Wat heeft u in die tien jaar geleerd of ontdekt dat u bij de opening niet had voorzien?
Toen we Voorlinden openden, had ik natuurlijk heel veel gerekend, gepland en gedroomd. Ik wist hoe het licht zou vallen, hoe de zalen eruit moesten zien, hoe de collectie tot haar recht zou komen. Maar wat je niet kunt voorspellen, is wat er gebeurt zodra de deuren opengaan en mensen naar binnen stromen.
Ik ben verrast door de manier waarop het museum een soort eigen karakter heeft ontwikkeld, los van mij. Er zijn gezinnen die elk jaar terugkomen, mensen die ons schrijven over wat een bepaald werk met hen heeft gedaan, bezoekers die uren blijven hangen in één zaal. Voorlinden is geen ‘project’ meer, het is een plaats in het leven van anderen geworden. Dat gevoel – dat je iets hebt gebouwd waar mensen zich thuis voelen bij de kunst – had ik in deze vorm niet kunnen voorzien.
U had ervoor kunnen kiezen om uw collectie privé te houden. Waarom vond u het belangrijk om kunst niet alleen te verzamelen, maar ook te delen met een breed publiek?
Ik ben begonnen met verzamelen omdat ik zelf geraakt werd door kunst. Dat was iets heel persoonlijks: ik kocht wat mij trof, vaak tegen de stroom in. Op een gegeven moment merkte ik dat de schaal van de collectie ging wringen met het idee van ‘privé’. Het voelde bijna ongemakkelijk om zoveel bijzondere werken alleen voor mijzelf te houden.
Er komt dan een moment dat je jezelf afvraagt: wat wil ik dat hiervan overblijft? Een huis vol werken waar bijna niemand binnenkomt, of een plek waar kunst en publiek elkaar echt kunnen ontmoeten? Voorlinden is mijn antwoord op die vraag. Het is mijn manier om iets terug te geven: de ervaring van kijken, verwonderen, geraakt worden – zoals ik dat zelf ooit had, als jonge verzamelaar die zijn eerste werk kocht en dacht: dit verandert mijn manier van kijken.
Waar bent u eigenlijk naar op zoek wanneer u een kunstwerk ziet dat u raakt? Welke van die kwaliteiten herkent u in het werk van Ron Mueck?
Als ik een kunstwerk zie dat mij raakt, is dat nooit een rationeel proces. Het is eerder een soort schok: je ziet iets, je voelt iets, en pas daarna ga je begrijpen waarom. Ik ben niet op zoek naar mooie plaatjes, maar naar werken die mij uit mijn vanzelfsprekendheid halen – die mij even de adem benemen en dwingen anders te kijken.
Bij Ron Mueck gebeurt dat bijna onmiddellijk. Toen ik Boy voor het eerst zag, was ik overdonderd door de schaal, maar het is niet alleen dat hij zo groot is. Het is de combinatie van dat enorme, bijna dreigende lichaam en die in zichzelf gekeerde houding – de knieën opgetrokken, de blik niet op jou, maar ergens ver weg. Je staat daar als toeschouwer en voelt tegelijk empathie en afstand. Dat spanningsveld, die mengeling van hyperrealisme en existentiële vragen, dat is precies wat mij zo in zijn werk aantrekt.
Zijn er momenten in de afgelopen tien jaar geweest waarop u dacht: hiervoor heb ik Voorlinden gebouwd?
Ja, en dat zijn vaak kleine momenten. Ik herinner me een keer dat ik ongemerkt een zaal inliep en een oudere man en een kind samen naar een werk zag kijken. Ze zeiden bijna niets, ze stonden daar gewoon, schouder aan schouder. Dat soort stille scènes maken voor mij alles de moeite waard.
Natuurlijk zijn er ook grote hoogtepunten – bijzondere tentoonstellingen, iconische bruiklenen zoals Boy – waarbij je letterlijk denkt: dit is waarom we die zalen, dat licht, die zorg in de architectuur hebben gestoken. Maar de echte bevestiging zit voor mij in de manier waarop mensen zich tot de kunst verhouden: hoelang ze blijven staan, hoe vaak ze terugkomen, hoe ze na afloop in de tuin of het restaurant nog over een werk praten. Dáárvoor hebben we Voorlinden gebouwd.
Als u terugkijkt op wat u heeft opgebouwd als ondernemer enerzijds en als verzamelaar en museumoprichter anderzijds: waar bent u dan het meest trots op? Zijn die prestaties voor u met elkaar te vergelijken, of behoren zij tot verschillende werelden?
Mijn leven als ondernemer en als verzamelaar lopen door elkaar heen, maar ze voelen wel als twee verschillende talen. In het ondernemen gaat het om risico’s, strategie, mensen bij elkaar brengen, verantwoordelijkheid voor een bedrijf. In de kunst gaat het om emoties, kijken, durven kiezen voor iets wat misschien niemand nog begrijpt. Waar ik trots op ben, is dat we die twee werelden hebben kunnen verbinden in iets duurzaams.
Mijn leven als ondernemer en als verzamelaar lopen door elkaar heen, maar ze voelen wel als twee verschillende talen.
Het bedrijf heeft mij de vrijheid gegeven om te verzamelen en uiteindelijk een museum te bouwen. En het museum is een manier om die vrijheid te delen met anderen. Het gaat mij minder om “prestaties” dan om continuïteit: dat er structuren zijn ontstaan – een onderneming én een museum – die verder kunnen groeien, ook als ik zelf ooit een stap terug doe. Dat idee, dat het niet ophoudt bij mij, vind ik het meest wezenlijk.
Welke drijfveren of overtuigingen hebben uw keuzes het sterkst bepaald? Ziet u daarin een rode draad?
Als ik terugkijk, zie ik één duidelijke rode draad: de behoefte om te creëren, niet om te bezitten. Ik ben niet iemand die genoegen neemt met alleen maar beheren; ik wil bouwen, of het nu gaat om een bedrijf of een kunstomgeving. Daar hoort automatisch de vraag bij: wat laat je na?
Een tweede drijfveer is autonomie. In de kunst heb ik altijd gekocht wat mij persoonlijk raakte, niet wat werd aanbevolen als “investering”. Ik geloof dat je alleen op lange termijn iets betekenisvols opbouwt als je trouw blijft aan je eigen oordeel, ook als dat tegen de stroom ingaat. Die houding – niet achter de markt aanlopen, maar zelf kiezen en verantwoordelijkheid nemen – zie ik terug in zowel mijn zakelijke als mijn museale beslissingen.
U heeft zich persoonlijk sterk ingezet voor de samenwerking met ARoS. Wat betekent deze uitwisseling voor u? En waarom vond u het belangrijk dat zij tot stand kwam?
Voor mij is deze samenwerking een soort kroon op het idee dat kunst een internationale taal is. Boy is voor ARoS een sleutelwerk, bijna een soort symbool van het museum. Dat zij bereid zijn het tijdelijk met ons te delen, is een gebaar van vertrouwen en collegialiteit dat ik heel erg waardeer.
Ik vind het belangrijk dat musea geen eilanden zijn. Wanneer een werk als Boy naar Voorlinden komt en een ander Mueck-werk naar Aarhus gaat, ontstaat er een gesprek in beelden tussen twee huizen voor kunst. Voor het publiek betekent het dat zij een topwerk een tijdje in heel andere omstandigheden kunnen meemaken; voor mij persoonlijk is het een bevestiging dat Voorlinden stevig genoeg is geworden om zulke uitwisselingen aan te gaan. Daar zit veel voldoening in.
Ondernemerschap en kunst hebben een belangrijk deel van uw leven gevormd. Wanneer u vooruitkijkt naar toekomstige generaties, zowel binnen uw familie als daarbuiten, wat hoopt u dan uiteindelijk door te geven?
Als ik aan toekomstige generaties denk, denk ik niet in termen van erfenissen in de klassieke zin. Ik hoop vooral dat zij het lef en de nieuwsgierigheid hebben om zélf iets op te bouwen – in welke richting dan ook. Niet leven van wat er al is, maar durven creëren, met alle onzekerheid die daarbij hoort.
Wat ik graag zou doorgeven, ook buiten mijn familie, is het besef dat kunst geen decor is, maar een serieuze gesprekspartner in het leven. Als Voorlinden ook over tien, twintig, vijftig jaar nog een plek is waar mensen geraakt worden, twijfelen, anders gaan kijken, dan is dat voor mij de mooiste nalatenschap. Dan is het museum niet alleen een gebouw met een collectie, maar een levende omgeving waar telkens nieuwe generaties hun eigen verhouding tot kunst kunnen ontdekken.
Susan van Koeveringe
Susan is opgegroeid in een ondernemersgezin en startte na haar studie Bedrijfskunde Finance Investments bij ABN AMRO bank. In 2007 richtte ze BB Capital op, om ondernemers en de professionele financiële wereld van Private Equity te verbinden.